Blogs

Blogs


view:  full / summary

Een kerkelijke uitvaart zonder kerk

Posted on 23 September, 2020 at 0:45 Comments comments (0)


Wil je uit respect voor (een van) je ouders een christelijke (katholieke of protestante) uitvaart, in de traditie waarin je opgegroeid bent, ook al doe je er zelf al lang niets meer mee? Een kerkelijke uitvaart biedt namelijk meer dan het louter ophalen van herinneringen: het gaat om troost, om recht doen aan je ouders, om een waardig afscheid. En dat zonder met kromme tenen te hoeven zitten.

Hoe regel je een kerkelijke uitvaart zonder kerk

Als je vader of moeder aangesloten was bij een parochie of gemeente, dan zal de pastor of de predikant de uitvaart vaak doen. Kwamen je ouders er ook al vele jaren niet meer, of is door verhuizing naar een verpleeghuis het contact verbroken en krijgt de verpleeghuispastor geen tijd voor uitvaarten (wat helaas vaak zo is), dan kun je beter een vrijgevestigde uitvaartvoorganger of -pastor vragen om de plechtigheid te doen, omdat die tijd heeft om zich te verdiepen in de overleden persoon en diens verleden, en bovendien een dienst op maat aan kan bieden.

Geen kromme tenen

Omdat een uitvaartvoorganger gespecialiseerd is in het voorgaan bij uitvaarten waarbij het grootste deel van de aanwezigen niet meer kerkelijk is, of helemaal geen kerkelijke achtergrond heeft, wordt zwaar kerkelijk taalgebruik vermeden. Degenen die thuis zijn in de kerkelijke traditie horen de gelovige taal, terwijl tegelijkertijd degenen die dat niet zijn niet met kromme tenen hoven te zitten, omdat ook juist het grotere -gelovige- kader maakt dat teksten als religieus gevoeld worden.

Rituelen

Rituelen worden alleen rituele handelingen, als ze begrepen worden zonder uitgelegd te hoeven worden, anders wordt het een nietszeggende, of zelfs absurdistische, voorstelling. Zie ook mijn blog over wat een uitvaart tot goed theater maakt. Er zijn kerkelijke rituelen die ook algemeen religieus, of zondermeer algemeen zijn, zoals bijvoorbeeld het aansteken van kaarsen naast de baar. Steek je die kaarsen echter aan aan de paaskaars, in de kerken het symbool van de overwinning van het licht op de duisternis, van het leven op de dood, dan plaats je alleen al door die handeling de overledene in die traditie. Voor de goede verstaander is zo het simpelweg -maar wel plechtig- aansteken van kaarsen een ritueel dat ver uitstijgt boven het markeren van het begin van een dienst.

Troost

Het bieden van troost (en dat is wat anders dan zeggen dat opa of oma in de hemel is) is uiteraard niet voorbehouden aan christelijke uitvaarten, maar door het nadrukkelijk verbinden (en nadrukkelijk is wat anders dan zware woorden) van het leven van de overledene met Bijbelse begrippen of thema’s, geef je vanuit dat kader van het christelijke geloof betekenis aan het leven van de overleden dierbare, waardoor bijvoorbeeld zowel goede als ook nare karaktereigenschappen een plaats krijgen, omdat dat nooit het laatste is wat over die iemand gezegd kan worden. Zo’n plechtigheid eindigt in mijn optiek dan ook altijd met een absoute, de zogenaamde laatste zegeningen, waarin de kerk, en (in mijn geval) niet Erna van Wijngaarden, mensen in de handen van God legt.

Geen grijze muis

Door op deze manier het leven van de overledene in dit grote kader betekenis te geven, wordt iemand geen grijze muis, en kunnen een lach en een traan heel dicht bij elkaar liggen. Zie ook mijn tips voor het schrijven van een Uitvaartspeech (In Memoriam).

Samen met de toespraken van familieleden, foto’s en muziek, óók als de overledene een afschuwelijke smaak had, wordt een kerkelijke uitvaart zonder kerk -als het goed is- zo één groot geheel. Troostender kan niet.

 

 

De traditionele uitvaartmis voor opa is meer dan nostalgie

Posted on 14 September, 2020 at 10:05 Comments comments (0)

Naoberschap

 

De buren komen ook waken. Dezelfde buren met wie vroeger bij feesten tafellakens en het zondagse servies werd uitgewisseld. Veel te broos zijn ze, deze oude mannen, om mijn opa het huis uit te dragen, de kerk in en de begraafplaats op. Maar mijn opa is geen last voor hen, hij is bijna 100 jaar hun noaber geweest. Na jaren in het westen van het land gewoond te hebben, leek het voor mij folklore te zijn. Tot nu. Nu ontroert het me.

 

Happy hour

 

Alle buren komen ongenodigd langs – de achterdeur is immers altijd open. Ze blijven echter maar even en condoleren oma en de aanwezige tantes. Happy hour de godganse dag, maar boodschappen, eten en de vaat, alles gebeurt als vanzelfsprekend. Oma is geen moment alleen. Achterblijvers blijven hier niet alleen achter.

 

Avondwake

 

Na vijf dagen is de avondwake in de kerk. De eeuwenoude liturgie blijkt een soort invuloefening: voorgegeven liederen en lezingen in een paars katern, om nog enigszins het gevoel te hebben dat er iets te kiezen valt. Meenemen mag niet, wat ik natuurlijk wel doe. Ook de naam van míjn opa wordt ingevuld waar kruisjes staan. Bij de Latijnse mis de volgende dag is het niet veel anders. Zelfs de preek bevat niet meer dan enkele zinnen die ècht op opa van toepassing zijn. De pastoor is er nog niet zo lang.

 

Troost

 

Maar toch. Toch is dit ontegenzeggelijk troostend. Geen onderscheid tussen arm en rijk – voor iedereen hetzelfde ritueel. Wetend dat het altijd zo gaat, maakt dat je je deel voelt van het grotere geheel. De wierook die omhoog kringelt als eerbetoon aan iedere gestorven mens, de Latijnse mis die al honderden jaren klinkt – zo wordt ook míjn opa het paradijs ingezongen. Ik weet het, met mijn ogen dicht.

 

En nee, zo wil ik mijn eigen afscheidsdienst niet. Ik wil Selig sind die Toten van Hugo Distler, en psalm 100 van Benjamin Britten. Ik wil dat in een preek mijn leven verbonden wordt met psalm 139 – als het even kan.

Precies zoals ik het doe voor al die mensen voor wie ik hun uitvaart mag verzorgen. Ik probeer de betekenis van iemands leven te beschrijven door lijnen te trekken tussen goede en slechte herinneringen en karaktereigenschappen, en een Bijbeltekst, lied of gedicht. Uiterst persoonlijk dus.

 

En toch. Toch is het op de een of andere manier zeer rustgevend en troostend als dat allerindividueelste weggelaten wordt en het simpelweg de kèrk is die begraaft. En niet Erna van Wijngaarden, de aardigste pastoor of de meest welbespraakte dominee. Nooit meer een teleurstellende uitvaart, zonder dat er recht gedaan wordt aan de overledene, zonder troost. https://www.uitvaartvoorganger.com/apps/blog/show/46986668-een-dodelijke-uitvaart" target="_blank">Zo'n uitvaart heb ik als eens eerder beschreven. Op zo’n moment is weten wat je krijgt goed genoeg. Of zelfs het beste wat je je kunt wensen.

 

Herinneringen ophalen deden we met de hele familie en alle buren bij de koffietafel met krentenwegge in het café tegenover de begraafplaats.


 

@ireneogierwind #uitvaart #rouwen #rouwenverlies #troost #crematie #rituelen #uitvaartzuidholland #ceremonie #overlijden #overleden #opa #oma #condoleren #rustzacht #verdriet #missen #loslaten #houdenvan #uitvaartwinkel #herinneringen #rouwbegeleiding #verlies #afscheidnemen #pratenoverdedood #uitvaartritueel #dood #rotterdam #uitvaartonderneming #uitvaartverzorger #uitvaartbranche

 

Een urn van IJsselklei

Posted on 20 April, 2020 at 5:55 Comments comments (7)

Net zoals ik dat later met mijn neven en nichten deed, speelde mijn moeder met haar broer en zussen op het terrein van de steenfabriek in de buurt van de Oude IJssel. Mijn opa werkte er zijn hele leven. Pas net voor haar dood vertelde ze dat de figuurtjes die ze van de gele klei maakten meegebakken mochten worden met de bakstenen. En ik maar denken dat ik als beginnend keramist zo ongeveer de enige was in de familie met een grote liefde voor klei – los van de mensfiguren die mijn moeder de laatste 20 jaar maakte: haar hele huis stond er vol mee.

Mooi zijn ze beslist niet, en dat is voorzichtig uitgedrukt, daar zijn mijn broer en ik het over eens, al heb ik de twee minst lelijke toch maar meegenomen als aandenken. Mijn broer overweegt zelfs om de door haar gemaakte tuinbeelden kapot te gooien om het voorbije tijdperk van lelijkheid te markeren. Niet zo bedoeld, maar naar mijn idee is het de ultieme vorm van rouwverwerking.


 

En zo ging ik na haar overlijden met een grondboor en een emmer naar de voortuin van haar ouderlijk huis. Vijf kilo goudgele IJsselklei heb ik naar boven gedraaid, van een meter diep. Geel vanwege het ijzer (Oer, zo heet ook het nabijgelegen gehucht) in combinatie met kalk. Inmiddels heb ik ook Maas- en Lek-klei gedolven.


Het was een hele klus om er bruikbare klei van te maken: weken in een emmer water, steentjes eruit zeven (de badkamer zat helemaal onder de vieze bruinige spetters…), drogen op gipsplaten, tot drie keer toe plastisch kleipoeder toevoegen en opnieuw weken; en tot slot laten drogen tot de juiste dikte en alles goed doorkneden. Maar toen kon ik er koffiemokjes van draaien. Leuk voor mijn neven en nichten. Er is niets zo troostend als werken met je handen.


 

De as van mijn moeder gaat uiteraard in een urn die ik gemaakt heb van de klei waaruit ze ooit getrokken is.

 

En nu is ook mijn moeder dood

Posted on 19 March, 2020 at 7:00 Comments comments (2)

Mijn ouderlijk huis bleef bestaan toen mijn vader overleed. Ik was al meer dan 25 jaar het huis uit, dus mijn dagelijks leven veranderde niet met zijn overlijden. Niet dat ik hem niet miste, of niet om het minste of geringste vol kon schieten – nee: eigenlijk wèl bij het minste en geringste: juist bij heel kleine dingen, bij het heffen van een glas op -toen nog- koninginnedag met zijn woorden (Dat zij leve!), of als we een saucijzenbroodje aten, stonden vaak de tranen in mijn ogen. Niet bij de grote dingen waarbij je het zou verwachten, zoals een verjaardag of met Kerst. Want Kerst in mijn ouderlijk huis ging nog steeds door, de tuin was nog hetzelfde, en de keuken was al minstens 40 jaar niet veranderd.


 

Maar nu is ook mijn moeder overleden. En met de tweede ouder die overlijdt schuif je een generatie op. Ik ben de volgende. Dat zagen we al heel lang aankomen en tòch kwam het met een klap binnen op het moment dat ze overleed: mijn broer en ik zijn nu wees.


Al ben je al 35 jaar het huis uit, ben je zelf al hoog en breed moeder en ben je al heel lang niet meer van je ouders afhankelijk, het voelt vreemd genoeg anders als je niet één, maar je beide ouders niet meer hebt. Natuurlijk wist ik dat wel, maar nu ervaar ik het zelf.


En ook als je moeder zo oud is geworden als de mijne, ook als je er vrede mee hebt zoals wij, ook dan is het nog steeds je moeder die overlijdt, en dat maak je maar één keer mee. En hoort daardoor bij de grote dingen van het leven. En dus bij de dingen die lang op mijn netvlies zullen blijven staan.


 

Een andere ervaring deelden mijn broer en ik ook: we waren direct na haar overlijden nog meer van slag door de 50 jaar aan herinneringen die aan ons voorbij trokken, dan van het overlijden van mijn moeder zelf, zo opgelucht waren we dat ze niet langer hoefde te lijden.


En zo was het tegelijkertijd heel vervreemdend èn heel nostalgisch om haar huis leeg te halen, spullen te verdelen die je eigenlijk niet kunt gebruiken maar toch wilt hebben, oude fotoalbums door te bladeren met jeugdherinneringen, te lachen over haar belachelijk grote knopen- en garenverzameling, en haar, voornamelijk uit prullaria bestaande, sieraden uit te zoeken, die op wel tien plaatsen in haar slaapkamer verstopt waren. Met mijn moeder gewassen en opgebaard door mijn schoonzus en mij achter ons, hadden we allemaal het gevoel dat ze ieder moment kon vragen waarom we toch aan het rommelen waren in haar spullen.


 

Met dat de verhalen en herinneringen meer naar boven kwamen, werd mijn moeders huis leger, en takelde mijn ouderlijk huis af tot een leeg huis met schrootjes en foambehang; en realiseer ik me steeds vaker dat ik met haar spullen ook een deel van haar karakter heb gekregen, meer dan me soms lief is. Mijn man is het met me eens.

 

Wat een uitvaart tot goed theater maakt

Posted on 22 August, 2019 at 13:05 Comments comments (0)

Horen, zien en zwijgen, spreken, ruiken en bewegen: een beetje uitvaart heeft het allemaal! 


Horen of luisteren, dat lijkt vanzelfsprekend bij iedere uitvaart. Als er al geen sprekers zijn, omdat mensen dat niet kunnen of willen, dan is er meestal op zijn minst muziek. Als de hoorders geluk hebben wordt er gezegd waarom ze naar iets gaan luisteren. En met nog meer geluk wordt er live muziek gemaakt, door kleinkinderen of ingehuurde musici, of een rouw- en trouwkoor als de uitvaart in een kerk plaatsvindt. Meestal is zwijgend luisteren de bedoeling, soms is fijn dat er meegezongen mag worden.


Als de uitvaart plaatsvindt in een kerk met een meer liturgische traditie, zoals de katholieke, lutherse of anglicaanse, zit ook het spreken-met-antwoorden ingebakken, net zoals opstaan en zitten en eventueel knielen. Opstaan bij het binnenkomen van de kist in de ruimte waar de plechtigheid plaatsvindt, is inmiddels wel gemeengoed bij iedere uitvaart. Dat is ook zo bij het gaan staan als laatste eerbetoon aan de overledene bij het verlaten van die ruimte. En hetzelfde geldt voor het leggen van bloemen op of voor de kist, het lopen naar de begraafplaats of ovenruimte, het oplaten van ballonnen of het gooien van een schepje zand op de kist – de meeste uitvaarten zijn allesbehalve statisch! Surinaamse uitvaarten bijvoorbeeld, waarbij de hele stoet zich zingend en swingend richting graf begeeft spannen waarschijnlijk de kroon. Een jonge draagster van een jaar of twintig zei onlangs, kijkend naar zo’n stoet, ‘Ik voel me zó stijfjes als ik hier naar kijk”.


Vaak valt er ook veel te zien. Maar dat is niet altijd even gemakkelijk om aan te zien: van prachtige bloemen tot scheef staande kaarsen; van sprekers die zich in hun mooiste nette kleding niet op hun gemak voelen, tot mensen die vol schieten zodat niemand meer kan verstaan wat ze eigenlijk hadden willen zeggen; van laatkomers die alle aandacht trekken, waardoor mensen om gaan zitten kijken, tot vooral de PowerPoint-presentaties met foto’s uit het leven van de overledene: soms ontroerend, maar vaak afleidend van wat gezegd wordt wanneer de presentatie doorloopt tijdens de bijdrage van een ander. 


Bloemen, geurkaarsen of eventueel wierook maken dat meer zintuigen betrokken raken. 


Maar wat maakt nu zo’n al dan niet interactief theaterstuk tot góed theater? Tot een ervaring waar je nog vaak aan terugdenkt omdat het wat met je deed? Want dat is bij een uitvaart niet anders dan bij een toneelstuk.


Om te beginnen dat er afwisseling is van huilen en lachen, horen en meedoen (zoals zingen, musiceren of een In Memoriam uitspreken), en stilzitten en staan of bewegen; Dat de ‘voorstelling’ één geheel is, omdat alles verband met elkaar houdt en vloeiend in elkaar overloopt, en letterlijk iets voorstelt als herinnering aan die persoon; Maar vooral dat het troost biedt, omdat de overledene wordt neergezet zoals hij was, met zijn lek en gebrek, met zijn leuke en grappige kanten en waarbij het hele leven van diegene wordt meegenomen, niet alleen een ziekbed. Waarbij bovendien verteld wordt waar diegene zich aan optrok, en van wie en wat gehouden werd, óók als dat de meest idiote dingen waren. Laat de Zangeres zonder Naam vooral maar horen, als er maar met een knipoog bij gezegd wordt dat het echt voor de allerlaatste keer is.


En als tot slot iets gezegd wordt van wat de overledene betekend heeft, voor zijn werk en verenigingsleven en met name voor zijn naasten, dan is een verdrietig afscheid tegelijkertijd ongelooflijk troostend voor de achterblijvers, zodat ze het leven weer tegemoet kunnen zien. Zodat in ieder geval de mogelijkheid open staat om ‘gezond te rouwen’ - gezond in de zin van met vallen en opstaan op termijn het leven weer aankunnen. Degenen die iets verder af staan worden daar óók in meegenomen, omdat ze bij zichzelf ander verdriet herkennen dat hierdoor aangeraakt wordt. Want dàt is wat goed theater doet, dat het uiteindelijk ook over jouzelf gaat.


Dat alles kan bovendien alleen gebeuren als door de uitvaartondernemer alles tot in de puntjes geregeld is, van logistiek tot voldoende zitplaatsen, van ieders dringende wensen tot de catering. Het lijkt misschien onbelangrijk, maar het zijn wel de randvoorwaarden om goed afscheid te kunnen nemen. Het belangrijkste punt is dat er veel ruimte is om geraakt te kunnen worden door wat je hoort en ziet, kortom door alles wat er gebeurt, en dat daardoor het rouwproces op gang komt. Dat dit helend en troostend is lijkt me evident. 

Horen, zien en zwijgen, spreken, ruiken en bewegen: een beetje uitvaart heeft het allemaal!

Een dodelijke uitvaart

Posted on 23 July, 2019 at 14:50 Comments comments (0)

In de kleine warme aula op de begraafplaats stonden slechts 60 stoelen, maar er werden minstens 100 mensen verwacht – hoorde ik later. Deze begraafplaats was idyllisch en chique, dus haar zonen vonden dat het hier moest en nergens anders. Met deze hitte leek me dat geen plusje achter de naam van de uitvaartonderneming. De heer op leeftijd die ik vergezelde mopperde ook. De deuren gingen dicht en het werd steeds benauwder en warmer. Met mij bleef iedereen onder de 60 staan. 

De overleden dame was achterin de 80 geworden en had geen gemakkelijk leven gehad. In de late jaren 50 was zij, zoals zovelen, met haar man en twee kleine kinderen geëmigreerd. Ze verging echter van de heimwee en daar was haar huwelijk niet tegen bestand. Uiteindelijk scheidden ze en ging zij met haar twee jongens terug naar Nederland. Het betekende vele jaren sappelen en armoede. Gescheiden, alleenstaande werkende moeder, ze werd met de nek aangekeken, grote stad of niet. Maar de jongens werden groot en kwamen goed terecht, al werd het leven pas een beetje leuker toen ze AOW kreeg. Ook dit hoorde ik later. 

Het zeer jonge uitvaartleidster, duidelijk zonder veel ervaring, las enkele zinnen voor die door de zonen op papier waren gezet. Zij konden of wilden zelf niets zeggen. En zo hoorden we in drie minuten wat jaartallen, woonplaatsen en hobby’s. Geen woord over haar huwelijk, emigreren of sappelen. Ze was dood en nu werd ook haar leven nog doodgezwegen. De tweede dood, noemt de dichter Huub Oosterhuis dit.  

Dat er ondertussen mensen flauwvielen van de hitte en iemand een hartaanval kreeg, was waarschijnlijk bijzaak. Dat het koor waarin ze vele jaren had gezongen haar lievelingslied kwam zingen, maakte daarentegen veel goed, ondanks de oude kraakstemmen die niet meer helemaal zuiver waren, of zelfs helemaal niet. Maar dat gaf niets: een liefdevoller eerbetoon kon ik me op dat moment niet voorstellen.

Na het afscheid op de stijlvolle locatie waren er luxe drankjes en hapjes. Mevrouw werd ondertussen door de rouwauto naar het crematorium gereden. Alleen. 

Pas heel veel later hoorde ik dat, naast de familie van de man die de hartaanval had gekregen, meerdere mensen de banden met de zonen verbroken hadden.

Ronduit dodelijk.

De je-weet-wat-je-krijgt uitvaart

Posted on 3 July, 2019 at 14:20 Comments comments (0)

De buren komen ook waken. Dezelfde buren met wie vroeger bij feesten tafellakens en het zondagse servies werd uitgewisseld. Veel te broos zijn ze, deze oude mannen, om mijn opa het huis uit te dragen, de kerk in en de begraafplaats op. Maar mijn opa is geen last voor hen, hij is bijna 100 jaar hun noaber geweest. Na jaren in het westen van het land gewoond te hebben, leek het voor mij folklore te zijn. Tot nu. Nu ontroert het me.


Alle buren komen ongenodigd langs –de achterdeur is immers altijd open-. Ze blijven echter maar even en condoleren oma en de aanwezige tantes. Happy hour de godganse dag, maar boodschappen, eten en de vaat, alles gebeurt als vanzelfsprekend. Oma is geen moment alleen. Achterblijvers blijven hier niet alleen achter.


Na vijf dagen de avondwake in de kerk. De eeuwenoude liturgie blijkt een soort invuloefening: voorgegeven liederen en lezingen in een paars katern dat je niet mee mag nemen -wat ik wel doe-, om nog enigszins het gevoel te hebben dat er iets te kiezen valt. Ook de naam van mijn opa wordt ingevuld waar kruisjes staan. Bij de Latijnse mis de volgende dag is het niet veel anders. Zelfs de preek bevat niet meer dan enkele zinnen die ècht op opa van toepassing zijn. De pastoor is er nog niet zo lang.


Maar toch.


Toch is dit ontegenzeggelijk troostend. Geen onderscheid tussen arm en rijk – voor iedereen hetzelfde ritueel. Wetend dat het altijd zo gaat, maakt dat je je deel voelt van het grotere geheel. De wierook die omhoog kringelt als eerbetoon aan iedere gestorven mens, de Latijnse mis die al honderden jaren klinkt – zo wordt ook míjn opa het paradijs ingezongen. Ik weet het, met mijn ogen dicht.


En nee, zo wil ik mijn eigen afscheidsdienst niet. Ik wil Selig sind die Toten van Hugo Distler, en psalm 100 van Britten. Ik wil dat in een preek mijn leven verbonden wordt met psalm 139 – als het even kan.


Precies zoals ik het doe voor al die mensen voor wie ik hun uitvaart mag verzorgen. Ik probeer de betekenis van iemands leven te beschrijven door lijnen te trekken tussen goede en slechte herinneringen en karaktereigenschappen, en een Bijbeltekst, lied of gedicht. Uiterst persoonlijk dus.


En toch.


Toch is het op de een of andere manier zeer rustgevend en troostend als dat allerindividueelste weggelaten wordt en het simpelweg de kèrk is die begraaft. En niet Erna van Wijngaarden, de aardigste pastoor of de meest welbespraakte dominee. Nooit meer een teleurstellende uitvaart, zonder dat er recht gedaan wordt aan de overledene, zonder troost. Zo eentje ga ik beschrijven in mijn volgende blog. Op zo’n moment is weten wat je krijgt goed genoeg. Of zelfs het beste wat je je kunt wensen.

Herinneringen ophalen deden we met de hele familie en alle buren bij de koffietafel in het café tegenover de begraafplaats.

 

een uitvaart om te oefenen voor het echte leven

Posted on 18 June, 2019 at 14:25 Comments comments (2)

De hamster was dood. Dàchten we. Hij lag met stijve en omhoogstekende pootjes op z’n rug in de kooi. Zoon sliep al, dus brachten we de hamster snel met kooi en al naar de schuur. En omdat zoon, acht jaar oud, ‘s ochtends nooit wat ziet, gingen we ervan uit dat hij de kooi niet eens zou missen en dat we voor ’s middags na schooltijd de begrafenis konden plannen. Een gekregen sigarenkist stond al weken klaar – de hamster had al eens een soort tia gehad, en daarom hadden we zoon er op voorbereid dat hamsters niet het eeuwige leven hebben.

Het eerste deel van onze veronderstelling klopte: zoon merkte de volgende morgen inderdaad niets, en zo konden we ’s middags in alle rust vertellen wat er gebeurd was. Omdat de dood niet geheel onverwacht kwam was zoon stoer, al pinkte hij een traantje weg toen we met een schepje en de sigarendoos-met-zacht-geel-dingendoekje-erin in optocht naar de schuur liepen, Verdi’s requiem hard aan in de woonkamer, zodat het in de tuin nog net te horen was.

Daar voltrok zich het drama: in de kooi geen dode hamster, maar een springlevende. Van een begrafenis was geen sprake meer. Nog nooit hadden we zo’n boze zoon gezien: “Ben ik dáárvoor helemaal voor niets verdrietig geweest”, schreeuwde hij naar ons en vertrok meer overstuur dan hij daarvoor geweest was naar zijn kamer. Nazorg hielp. Drie weken later hadden we alsnog de hamsterbegrafenis.

 

Spekpannenkoek

Posted on 12 June, 2019 at 8:45 Comments comments (0)

Hij was altijd al gek op pannenkoeken. Spekpannenkoeken. Eerst spek uitbakken in de pan en vervolgens gaat in dat spekvet het pannenkoekenbeslag. Moddervet, maar tieners die een uur naar school moeten fietsen, zijn ook nu nog onverzadigbaar, niet alleen in de late jaren veertig van de vorige eeuw. Bijzonder was wel dat het zijn vader was die er iedere dag een voor hem bakte als ontbijt. Als weduwnaar moest hij wel, en al zorgde zijn tweede vrouw later goed voor de kinderen, lekker koken kon ze niet. En hij vond het leuk, die vroege ochtenden met zijn jongste zoon.

Zoals vaker in die jaren stond de groente al de hele middag te stoven op het oliestel, dus tegen de tijd dat de zoon ging trouwen lustte hij bijna niets meer. Gelukkig bleek zijn vrouw wel een echte keukenprinses te zijn en zo werd hij in de loop van bijna 50 jaar huwelijk een echte smulpaap.

‘Wat eten we?’, was ’s avonds als hij thuiskwam dan ook zijn eerste vraag. Het antwoord begon altijd met groente. De combinaties lagen vele jaren ook tamelijk vast: rode kool met hachee, zuurkool met rookworst, witlof met ham en kaas uit de oven, andijviestamppot met een gehaktbal, savooiekool met een gekruid speklapje, en worteltjes -of later salade- met vis op vrijdag. Een enkele keer nasi. Veel later kwam daar de macaroni bij. En nog veel later de pizza. Maar op zaterdag, iedere zaterdag, een pannenkoek. Toen hij echter in de jaren 90 na zijn pensionering langzaamaan steeds dikker werd, besloot zijn vrouw dat de pannenkoek die gebakken werd in uitgebakken spekvet in de ban moest. Een plakje katenspek mocht nog wel.

Toen hij op sterven lag en het eten in het ziekenhuis absoluut niet meer aan het eten thuis deed denken, vroeg hij zijn vrouw om een laatste spekpannenkoek. Zij bakte hem thuis, maar opgewarmd in de magnetron van het ziekenhuis viel zelfs dat ene hapje tegen. Op de dag van zijn uitvaart werd daarom afgezien van de traditionele koffietafel en werden familie en vrienden uitgenodigd in het pannenkoekenhuis. Bijna iedereen nam voor de gelegenheid een spekpannenkoek. Jammer dat ze alleen die met katenspek hadden.

Ach, dat kind...

Posted on 11 June, 2019 at 11:25 Comments comments (0)

Haar broer en zussen vonden het geweldig, een nakomertje. Ze waren dol op dat grappige meisje: wat moesten ze lachen als ze vanuit haar kinderstoel het gezicht van hun moeder resoluut vastpakte en naar zich toedraaide zodat moeder haar aan kon kijken. Joke bleek ernstig gehoorgestoord.

Daardoor, en omdat ze de jongste was, werd ze behoorlijk verwend: Ach dat kind, was moeders vaste reactie als Joke iets deed wat de anderen nooit mochten. En Joke ging zitten lezen, altijd maar lezen.

Maar toen ze 16 was werd haar moeder ziek en ging dood. De oudste zus, net bevallen van haar tweede kind, nam haar in huis. En omdat er nu drie kinderen in de kleine flat waren, kwamen ze in aanmerking voor een eengezinswoning en kreeg Joke de hele zolderverdieping. De zus deed haar best om haar zusje ondanks haar handicap zelfstandig te maken - Joke vond haar streng. Maar ze maakte haar opleiding af, solliciteerde, werd meteen aangenomen en zat er 45 jaar later nog. Inmiddels al lang op zichzelf. Altijd op tijd, nooit ziek, altijd goede zin, iedereen mocht haar èn kwam bij haar als ze iets niet wisten: zíj was hun wandelende Wikipedia, internet werd pas in tweede instantie geraadpleegd.

Toen ze op een ochtend niet op haar werk verscheen, wist iedereen dan ook direct dat er iets ernstigs aan de hand moest zijn en ondernam de directeur actie: Joke bleek onderweg een hersenbloeding gehad te hebben. Ach dat kind, zei de oudste zus hardop, onderweg naar het ziekenhuis.

Revalidatie, verpleeghuis, het kwam niet goed. Wel 1000 boeken moesten er weg, want er was maar plek voor tachtig dozen in de kasten op haar kamer. Maar haar collega’s lieten haar niet vallen: het was altijd een feest om Joke op te zoeken. Maar net toen ze na anderhalf jaar triomfantelijk zelf weer een paar pasjes kon zetten, trof haar een tweede hersenbloeding. Die werd haar fataal.

Het verpleeghuis heeft nu een bibliotheek. En iedereen die op haar uitvaart was, mocht een boek uitzoeken.

Triest

Posted on 17 May, 2018 at 11:05 Comments comments (35)

Het was toch al zo triest. Op zijn vijfenzeventigste verjaardag zag hij ‘s ochtends plotseling geel. Gaat wel weer over, zei de verjaardagsvisite, wat vanzelf gekomen is gaat ook vanzelf weer weg. In sommige delen van het land poets men zo veel, en soms alles, onder tafel. Maar het ging niet weg.

Kort ziekbed, overgave, rustig ingeslapen. Maar niet in de kerk, dat was zo ongeveer alles wat hij voor zijn uitvaart op papier had gezet. Als katholiek was hij na het tweede Vaticaans concilie afgehaakt, toen met het Latijn ook de mystiek uit de kerk verdwenen was.

De uitvaartondernemer kwam uit het dorp. Komend uit de horeca, kon je alle organisatie met een gerust hart aan deze man overlaten. En toen werd het pas echt triest.

Dat een tweejarig kleinkind onder het mom van ‘we hebben nu eenmaal kinderen dus die gaan overal mee naar toe’ er per se krijsend bij moest zijn was de uitvaartleider niet aan te rekenen. De rode rozen op de kist in plaats van witte wel. Bij de condoleance werd gezegd dat het bij de uitvaart in orde zou zijn en de rode zouden ‘s avonds bij de weduwe gebracht worden, ter genoegdoening. Ze kwamen een dag na de uitvaart. Zelfs het goedmaken was lastig. Een fout op de kaart terwijl de proefdruk goed was, foto op de kist vergeten, negeren van een afgesproken teken dat de muziek harder mocht, de foto voor het bidprentje niet aangepast. Op de ochtend van de uitvaart een uur te lang in het uitvaartcentrum zitten wachten omdat de logistiek niet klopte, de DVD vergeten op te nemen die op de ochtend van de uitvaart aangevraagd werd, en tot slot ook nog geen plaatsen gereserveerd voor de familie in de aula.

In sommige delen van het land slikt men zulke zaken en wordt er gewoon betaald: kan gebeuren, nietwaar? Een mondige schoonzoon schreef toch maar een klachtenbrief, waar na enig aandringen uiteindelijk een brief op terug kwam: men bood een korting van €750, en eenzelfde bedrag zou gedoneerd worden aan een goed doel naar keuze. Dat was te doen gebruikelijk in zulke gevallen. Het kan altijd nog erger. 


Rss_feed